Mieren
readtime 15 Minuten

Last van mieren: waar komen ze vandaan en hoe kom je van ze af?

05 Feb 2019 • redactie

Last van mieren? Het zijn harde werkers, die mieren. Ze verzamelen voedsel voor hun larven, bouwen aan hun nest en verdedigen het tot de dood. Mieren gedijen goed bij warmte, dus in de zomer zijn ze het meest actief. U weet dat het weer zover is als ze over uw aanrecht of op uw bord lopen. Of als uw terras volledig door graafwerkzaamheden aan het verzakken is. Bestrijden? Jazeker! Maar als we mieren goed willen aanpakken, moeten we eerst begrijpen hoe ze leven.

  1. Mierensoorten: welke mieren geven de meeste overlast?
  2. Hoe ontstaat een mierennest?
  3. Mierenplaag: wat te doen?
  4. Zelf mieren bestrijden
  5. Professioneel mieren bestrijden
  6. Mieren en hun natuurlijke vijanden

Mierensoorten: welke mieren geven de meeste overlast?

Op onze aarde kunnen we zeker tienduizend mierensoorten terugvinden. Mieren zijn nuttig voor onze ecosfeer omdat ze op schadelijke insecten jagen. Toch kunnen ze ook voor veel overlast zorgen als ze te dicht bij de mens komen. Bovendien: hoe warmer het weer, hoe actiever een nest. Daarom ziet u mieren vooral in de zomer. We bespreken hier de mieren die in ons land voor de meeste overlast zorgen.

Bosmieren

In Nederland komen vier soorten rode bosmieren voor. De meest geziene is de behaarde bosmier. Dan volgen de kale bosmier, de zwartrugbosmier en de stronkmier. Al deze soorten waren tot 2016 beschermd, nu alleen nog onder bepaalde omstandigheden.

Uiterlijk van bosmieren

De behaarde bosmier en de kale bosmier lijken sterk op elkaar.

  • De werksters zijn 4-9 mm lang. Dit verschilt per per soort.
  • De kop en het achterlijf zijn rood- tot donkerbruin van kleur en zwart gevlekt.
  • Het borststuk is roodbruin gekleurd.

Ontwikkeling van bosmieren

Volledige gedaanteverwisseling. Dit betekent dat de bosmier zich ontwikkelt van ei naar larve en na verpopping naar imago (volwassen insect).

Leefwijze van bosmieren

  • Bosmieren maken grote mierenhopen (koepelnesten) van naalden en takjes.
  • Bosmieren vangen levende insecten en verzamelen dode insecten. Ze voeren deze aan hun larven, die veel eiwitten nodig hebben om te groeien. Ze eten veel schadelijke insecten, zoals rupsen en bladluizen. Mieren ‘melken’ bladluizen uit om zoet honingdauw te verkrijgen.
  • Een kolonie kan meerdere koninginnen bevatten.

Locaties van bosmieren

Rode bosmieren komen voor in naald- en loofbossen en heideterreinen. Grenst hun terrein aan uw woning, dan is het mogelijk dat u overlast van deze mieren kunt ervaren.

Verspreiding van bosmieren

Rode bosmieren komen in Nederland vooral voor in het oosten, het zuiden en langs alle kustlijnen. De stronkmier wordt bedreigd (maar niet beschermd) en komt alleen in de omgeving van Ommen voor. De verspreiding van bosmieren tot zover is te danken aan uitzetting door bosbeheerders die andere insectensoorten willen inperken. Verder is de verspreiding in handen van moeder natuur: nieuwe koninginnen stichten nieuwe kolonies na hun bruidsvlucht. De bruidsvlucht vindt plaats wanneer de jonge koninginnen en de mannetjes samen het nest uitvliegen en gaan paren.

Faraomieren

De faraomier komt uit de tropen en kan zeer nare bacteriën verspreiden. Gelukkig komt deze mier niet vaak voor in ons land. Bij de keren dat ze wél voorkwamen, moest er altijd een professionele ongediertebestrijder aan te pas komen.

Uiterlijk van faraomieren

  • De werksters zijn 2,2 tot 2,6 mm lang.
  • De koningin is 3,5 tot 4,8 mm lang.
  • De kop en het borststuk zijn bruingeel van kleur. Het achterlijf is roodbruin.

Ontwikkeling van faraomieren

  • Volledige gedaanteverwisseling. Dit betekent dat de faraomier zich ontwikkelt van ei naar larve en na verpopping naar imago (volwassen insect).
  • De werksters leven ongeveer 2 maanden.
  • De mannetjes leven 2-3 weken.
  • De koningin leeft ongeveer 9 maanden. In die periode legt zij ca. 300 eieren.

Leefwijze van faraomieren

  • Faraomieren zijn alleseters, maar hebben een voorkeur voor vleeswaren.
  • Ze gedijen goed bij een temperatuur van rond de 30 graden.
  • In een nest leggen meerdere koninginnen eitjes die door de werksters verzorgd worden. Een volk kan meerdere nesten maken.
  • De mannetjes bouwen het nest en zorgen voor de verdediging.

Locaties van faraomieren

Faraomieren bouwen hun nesten altijd zo dicht mogelijk bij een warmtebron. Ze vestigen zich ook op plekken waar eveneens veel voedsel te vinden is.

Verspreiding van faraomieren

De faraomier is een tropische mierensoort en komt in ons land maar zelden voor. Maar gezien het (groeiende) handelsverkeer, is het niet uitgesloten dat hier (meer) plagen zullen voorkomen.

Gewone steekmieren

De gewone steekmier wordt ook wel ‘rode steekmier’ genoemd. Het is een vrij agressieve mierensoort, want bij verstoring van het nest zullen de mieren snel steken. Deze steken zijn vrij pijnlijk, kom daarom nooit te dicht in de buurt van een nest!

Uiterlijk van gewone steekmieren

  • De werksters zijn 3,5 tot 5 mm lang.
  • De mannetjes zijn 4,5 tot 5,5 mm lang,
  • De koningin is 4,5 tot 7 mm lang.
  • Het hele lijf is gelig tot roodbruin van kleur. De kop en het achterlijk kunnen wat donkerder gekleurd zijn.
  • Steekmieren hebben een holle angel in het achterlijf. Ze kunnen hiermee steken en gif inspuiten.

Ontwikkeling van gewone steekmieren

Volledige gedaanteverwisseling. Dit betekent dat de gewone steekmier zich ontwikkelt van ei naar larve en na verpopping naar imago (volwassen insect).

Leefwijze van gewone steekmieren

Gewone steekmieren kunnen zich heel snel ontwikkelen en grote zandnesten maken. Deze nesten bevinden zich meestal op de grond, soms ook wel tussen stenen. Ieder nest bevat één koningin. Net als andere mierensoorten voeren gewone steekmieren insecten aan hun larven en ‘melken’ ze bladluizen uit om zich met honingdauw te kunnen voeden.

Locaties van gewone steekmieren

Gewone steekmieren kunnen in tuinen, parken, velden en bossen voorkomen. Ze zoeken vooral vochtige plekken op waar ook veel vegetatie aanwezig is. Ze komen vrijwel nooit in woningen voor, maar kunnen buiten voor overlast zorgen als ze in groten getale aanwezig zijn.

Verspreiding van gewone steekmieren

De gewone steekmier komt vrijwel overal in Nederland en België voor. De bruidsvlucht van de koninginnen vindt meestal plaats in de periode mei-september.

Tuinmieren

Onder de tuinmieren behoren onder meer de wegmier en de glanzende houtmier. Deze soorten geven in ons land de meeste overlast in en rond woningen. Gelukkig zijn tuinmieren ongevaarlijk: ze kunnen niet steken of bijten.

Uiterlijk van tuinmieren

  • De wegmier is zwartbruin tot zwart gekleurd.
  • De glanzende houtmier is glimmend zwart.
  • De werksters worden 3 tot 5 mm lang. Afhankelijk van de soort.
  • De koningin wordt 7 tot 9 mm lang en is donkerbruin van kleur.
  • De larven zijn van alle soorten wit en pootloos.

Ontwikkeling van tuinmieren

  • Volledige gedaanteverwisseling. Dit betekent dat de tuinmier zich ontwikkelt van ei naar larve en na verpopping naar imago (volwassen insect).
  • De werksters leven 2 tot 3 jaar.
  • Een koningin kan 15 tot 20 jaar oud worden!

Leefwijze van tuinmieren

  • In de zomer vliegen de mannetjes en de jonge koninginnen uit om te paren. Dit wordt ook wel de ‘bruidsvlucht’ genoemd.
  • De mannetjes sterven na de paring. De koninginnen zijn nu bevrucht en gaan ergens een nieuw nest beginnen.
  • Uit de eerste lichting eitjes ontstaan werksters. Zij voeden en verzorgen alle larven en de koningin.
  • Volwassen tuinmieren voeden zich met honingdauw van bladluizen en met andere zoetigheden die ze op hun pad tegenkomen. Ze vangen ook insecten om aan hun larven te voeren.

Locaties van tuinmieren

Wegmieren bouwen hun nesten vrijwel altijd buitenshuis, maar ze kunnen wel in woningen of bedrijven terechtkomen als ze op zoek zijn naar voedsel. Ze graven nesten in gras, vlakbij muren of tussen stenen dan wel tegels. Net als andere mierensoorten, zoeken ze vooral plekjes op waar de zon fel schijnt. Glanzende houtmieren pakken het iets anders aan: zij maken vaak nesten in rottend hout onder de grond.

Verspreiding van tuinmieren

Tuinmieren komen overal voor in Nederland en België en dan voornamelijk op zandgronden. Koninginnen van wegmieren beginnen aan hun bruidsvlucht in de periode juli-augustus. De koninginnen van glanzende houtmieren starten in mei-augustus.

Hoe ontstaat een mierennest?

Mieren zijn sociaal levende insecten en dat betekent dat ze altijd in een kolonie leven. Ze zijn nauw verwant aan wespen, die er eigenlijk een soortgelijke levensstijl op nahouden, maar dan mét gebruik van vleugels. Hoe is een mierenkolonie eigenlijk opgebouwd en welke rol speelt ieder lid van de mierenfamilie?

Het ontstaan van een mierennest

Een mierennest kan op twee manieren tot stand komen, afhankelijk van de mierensoort:

  • De koningin richt een nieuw nest op.
  • De koningin dringt het nest binnen van een andere mierensoort. Ze doodt de bestaande koningin en neemt de leiding. De werksters van dit nest zorgen voor haar larven. Dit komt o.a. voor bij bosmieren en bij glanzende houtmieren.
  • De koningin wordt ‘geadopteerd’ door een bestaande kolonie. De werksters verstoten de oude koningin en laten de nieuwe regeren.

Structuur van een mierennest

De structuur van een mierennest is afhankelijk van de mierensoort. Kleinere soorten maken vaak geen nest, maar zoeken hun toevlucht in bijv. boomschors, dunne stengels of smalle rotsspleten. Grotere soorten graven meestal zelf een nest uit in zandgrond. Bepaalde soorten nemen een nest van een andere kolonie over. Warmte is erg belangrijk voor mieren: hoe hoger de temperatuur, hoe actiever een nest.

Uitgegraven nesten bestaan uit allerlei tunnels en kamertjes. Al het uitgegraven zand komt op een hoopje buiten het nest terecht. Vaak wordt de zandhoop ook nog afgedekt met een laagje van dunne takjes of naalden. De ingang van het nest bevindt zich meestal bovenaan, maar er kunnen ook meerdere openingen bestaan. De grootte van het nest kan per mierensoort verschillen.

De kamers van een mierennest worden gebruikt als ‘kinderkamertjes’. De koningin legt haar eitjes en de werksters verdelen deze eitjes over de kamers. Soms worden de eitjes en de daaruit voortkomende larven nog meerdere keren verplaatst. De mieren gebruiken de tunnels om zich te verplaatsen.

Als een nest wordt verstoord (bijv. door het instorten van gangen) dan weten de mieren zich snel naar een andere locatie te verplaatsen. Uiteraard kunnen er dan ook overal mierenplagen ontstaan.

Hiërarchie in een mierennest

In een mierennest hebben alle mieren specifieke taken. Een koningin is altijd leidend in een mierenkolonie. Bij sommige soorten kunnen zelfs meerdere koninginnen in een nest leven; bij de faraomier is dit dikwijls het geval. Koninginnen blijven altijd in het nest. De mieren die u wel kunt zien, zijn werksters. Zij zorgen voor voedsel voor de larven en de koningin. Tegelijkertijd bouwen de werksters aan gangenstelsels om het nest uit te breiden en houden ze het nest schoon.

De mannetjes zorgen voor nageslacht bij nieuwe koninginnen tijdens de zogeheten ‘bruidsvlucht’. De jonge koninginnen vliegen dan samen met de mannetjes uit als ze eenmaal volwassen zijn. Dat zijn dus de vliegende mieren. Sommige soorten paren in de lucht, weer andere soorten paren op de grond. Na de bevruchting gaat een nieuwe koningin op zoek naar geschikte plek om een nieuw nest te stichten. Het mannetje sterft niet lang na de paring.

Mierenplaag: wat te doen?

Bij een mierenplaag gaat het, net als bij wespen, altijd om overlast die de werksters veroorzaken. Ze bouwen hun nesten uit en zijn voortdurend op zoek naar voedsel voor hun kolonie. Deze activiteiten kunnen in een aantal gevallen voor veel overlast zorgen. Wat kunt u eigenlijk doen als u aanhoudend mieren in uw huis of in uw tuin ziet lopen?

Het ontstaan van een mierenplaag

Net als bij andere insectensoorten is een mierenkolonie vooral bezig met leven en overleven. De meeste activiteit ontstaat bij warm weer, in de zomer dus. Het voedsel in het nest onder de grond moet worden aangevuld en de werksters gaan op zoek. Ze kunnen dan overal verschijnen: zowel binnenshuis als buitenshuis.

Afhankelijk van de ernst van de plaag gaat de overlast in de nazomer vanzelf weer over, tenzij u overlast ervaart van een tropische soort, zoals de faraomier. Gelukkig komt deze soort zelden voor, maar u weet maar nooit. Heeft u bijvoorbeeld een mierenplaag in de winter? Dan kan het om een tropische mierensoort gaan. Schakel dan direct een ongediertebestrijder in.

Kenmerken van een mierenplaag

Wanneer weet u zeker dat u te maken heeft met een mierenplaag? Misschien zijn de volgende zaken u al opgevallen:

  • Een rij mieren loopt in of rond uw huis. Mieren laten geursporen voor elkaar achter om bij het gevonden voedsel te komen.
  • De mieren zitten in uw voedselvoorraden.
  • De mieren kruipen over het aanrecht of zitten zelfs op uw eten.
  • De mieren zitten in diverse planten.
  • De mieren lopen met regelmaat over uw lichaam of op dat van uw huisgenoten heen.
  • Tussen de tegels om uw huis vindt u opgeworpen hoopjes zand. Hieronder bevindt zich mogelijk een mierennest. Mieren zijn dol op warme plekjes en de stenen trekken volop warmte aan van de zon. Bovendien vinden de mieren ook nog beschutting onder de stenen.
  • Bepaalde mierensoorten zitten graag in (rot) hout. Misschien heeft u dat wel in de tuin liggen.

Het voorkomen van een mierenplaag

Een mierenplaag kunt u op verschillende manieren proberen te voorkomen.

  • Houd alle oppervlakken in uw keuken schoon. Liefst iedere dag.
  • Was de vaat direct af. Zo komen er geen mieren op etensresten af.
  • Verpak alle etenswaren in luchtdichte containers. Dit geldt zeker voor zoete etenswaren.
  • Probeer bladluizen uit uw tuin te weren. Zij zijn namelijk een belangrijke voedingsbron voor mieren.
  • Veeg kruimels direct van de grond.
  • Houd uw afvalemmers goed gesloten.
  • Dicht zoveel mogelijk gaten en kieren in uw huis. Hoe minder openingen, hoe minder mieren uw huis kunnen betreden.
  • Controleer alle warmtebronnen op mieren.
  • Sluit ventilatiegaten af met fijnmazig insectengaas.
  • Weet u waar de mieren lopen? Wis hun geursporen dan uit door die routes schoon te maken. Zo kunnen de mieren niet meer zo gemakkelijk bij uw voedselvoorraden geraken.
  • Om tropische mierensoorten zoals de faraomier te voorkomen, moeten buitenlandse goederen nauwkeurig gecontroleerd worden.

Gevolgen van een mierenplaag

Mieren zijn in de eerste plaats hinderlijk als ze in grote aantallen voorkomen. Vooral de hygiëne van de omgeving is dan in het geding. Als er veel mieren aanwezig zijn, kunnen ze etenswaren en plekken besmetten met bacteriën. Zo kunnen ziekten worden verspreid. Vooral van tropische soorten, zoals de faraomier, is bekend dat zij voedselvergiftiging kunnen veroorzaken.

De soorten schade door mierenplagen kunnen verschillen. Bepaalde mierensoorten zorgen namelijk voor meer overlast dan andere soorten.

  • Sommige mierensoorten (zoals bosmieren) bouwen hun nesten in spouwmuren of onder woningen. Ze kunnen dan nog laat in het jaar overal aanwezig zijn in een woning.
  • Mierensoorten die tunnels en holen voor hun nest onder tegels bouwen, kunnen voor ernstige grondverzakkingen zorgen. Beschadiging aan straten, terrassen en tuinen is meestal het gevolg.
  • Bepaalde kolonies die een nest binnenshuis bouwen kiezen ervoor om dat in isolatiemateriaal te doen. Het materiaal kan hierdoor ernstig beschadigd raken.
  • Mieren vangen en verspreiden bladluizen. Bladluizen zijn erg schadelijk voor uw planten.
  • Sommige mierensoorten (zoals de gewone steekmier) kunnen mensen en dieren steken. Deze mieren hebben een holle angel dat een (vrij onschuldig) gif in de huid spuit. Het kan gaan jeuken na een steek. Bij sommige mensen kunnen wel wat heftigere allergische reacties optreden.
  • Mierensoorten zoals de faraomier komen uit de tropen. Faraomieren zijn bijzonder vervelend, omdat ze zeer nare bacteriën kunnen verspreiden en een voorkeur hebben voor vleeswaren. Helaas. Bij particulieren komen ze vooral in keukens voor, omdat daar het meeste voedsel ligt. Bovendien zijn faraomieren de schrik van zorginstellingen, omdat ze zich graag tegoed doen aan open wonden.

Bestrijding van een mierenplaag

Afhankelijk van de ernst van de plaag kunnen er verschillende bestrijdingsmethodes worden toegepast. We raden u wel aan om bij ernstige plaag altijd een ongediertebestrijder in te schakelen en al helemaal als het om een tropische mierensoort gaat. Het kan een paar weken duren voor een mierenplaag helemaal is opgelost.

Bestrijd mieren alleen als ze echt veel overlast en/of aanzienlijke schade veroorzaken. Ze ruimen namelijk schadelijke insecten op.

Zelf mieren bestrijden

Als een mierenplaag niet heel ernstig is, kunt u zelf een aantal stappen ondernemen om de overlast op te lossen dan wel in te dammen.

  • Behandel de door mieren gelopen paden en de nestingangen met mierengif in een spuitbus.
  • Behandel de door mieren gelopen paden en de nestingangen met mierenpoeder.
  • Gebruik een mierenlokdoos en zet deze buiten uw woning neer.
  • U kunt een omgekeerde bloempot (gevuld met aarde) op het mierennest zetten. Na ongeveer tien dagen zullen de mieren een nest in de pot hebben gemaakt. U kunt de pot verwijderen en de inhoud in de biobak legen.
  • U kunt kokend water in een mierennest gieten, maar dat zal de overlast slechts wat vertragen.
  • Mieren houden niet van aaltjes (nematoden). U kunt nematoden inzetten om de mieren te verjagen. Hier horen wel vrij specifieke instructies bij. Die moet u goed doorlezen.

Pas op!

  • Koop alleen middelen die goedgekeurd zijn door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Zorg er ook voor dat u (kleine) kinderen en huisdieren ver van de behandelde plekken houdt. U wilt ze immers niet vergiftigen. U kunt de ingangen ook het beste afdekken na behandeling. Lees de handleidingen altijd goed door en voer de instructies nauwgezet uit.
  • Houd er rekening mee dat professionele bestrijding veel effectiever is dan het gebruik van doe-het-zelfmiddelen die u in winkels en bouwmarkten kunt kopen. Meestal zijn deze middelen niet voldoende en bent u alsnog aangewezen op een ongediertebestrijder. Om kosten te besparen, adviseren wij u om eerst een vakman te raadplegen.
  • Gebruikte spuitbussen, poederbussen en lokdozen moet u inleveren als klein chemisch afval.

Professioneel mieren bestrijden

Als u niet wilt dat de mierenplaag (nog verder) uit de hand loopt, dan moet u een professionele mierenbestrijding inschakelen. Deze zal eerst een inspectie uitvoeren. Het is belangrijk dat hij antwoorden krijgt op de volgende vragen:

  • Hoe groot is de overlast?
  • Om welke mierensoort gaat het?
  • Waar komen de mieren vandaan?
  • Waar zijn de looppaden van de mieren?
  • Hoe groot is het mierennest? Hoe groter het nest, hoe verstandiger een bestrijding is.
  • Welke bestrijdingsmethode kan het beste worden toegepast?
  • Bij een uitheemse soort zoals de faraomier kan het zijn dat u en/of de bestrijder ook andere woningen op de hoogte zullen moeten stellen van eventuele verspreiding.

Plan van aanpak bij een mierenplaag

De ongediertebestrijder maakt hierna een plan van aanpak. De kosten zijn afhankelijk van (de ernst van) de mierenplaag, de mierensoort en de locatie van het nest. Het bestrijden van tropische mieren, zoals de faraomier, kan bijvoorbeeld meer tijd in beslag nemen. Ook de bestrijdingsmethoden kunnen verschillen. Alle bepalende factoren voor de kosten zullen aan de hand van de vragen uit de inspectie duidelijk worden.

Bestrijdingsmethodes bij een mierenplaag

Mieren moeten, net als allerlei andere soorten ongedierte, op een verstandige wijze bestreden worden. Belangrijk is dat de bron van de mierenplaag wordt aangepakt en dat is het mierennest zelf.

  • Bevindt het nest zich binnen een woning? Dan mag er een lokaasgel en/of insecticide worden gebruikt. Bij gebruik van insecticide binnen de woning, dient u minstens twee uur uit uw woning te blijven.
  • Bevindt het nest zich buiten een woning? Dan mag alleen lokaasgel worden gebruikt. Insecticide in de open lucht gebruiken is wettelijk verboden.

De ongediertebestrijder gebruikt middelen die niet voor particulieren beschikbaar zijn. Deze zijn effectiever dan de middelen die in de winkel vrij verkrijgbaar zijn. Uiteraard gebruikt de ongediertebestrijder alleen wettelijk goedgekeurde middelen.

Bestrijding per mierensoort

Bij iedere mierensoort is min of meer een net iets andere aanpak vereist. We bespreken hier de bestrijding van de meest voorkomende mierensoorten die overlast veroorzaken.

Bestrijding van bosmieren

Nesten van bosmieren bevinden zich altijd net buiten een woning als ze overlast veroorzaken. Het nest van de bosmier moet beetje bij beetje worden opgeschept. Het zand moet dan minstens één kilometer verderop in het bos worden uitgestrooid.

Bestrijding van faraomieren

Faraomieren komen voor in woningen, hotels en zorginstellingen. Ze zoeken daar plekjes op waar ze veel warmte kunnen krijgen. Bijvoorbeeld bij cv-ketels en leidingen en op moeilijk bereikbare plekken zoals stopcontacten of achter tegels en houtwerk. Voor het bestrijden van faraomieren moet er altijd een ongediertebestrijder worden ingeschakeld.

Faraomieren kunnen alleen met speciale lokdozen bestreden worden. Het spuiten van insecticide is in het verleden niet effectief gebleken: de faraomieren liepen om de behandelde oppervlaktes heen.

Lokdozen moeten bij deuren, langs plinten en in kasten worden gezet. De werksters zullen het lokaas in de doos vinden en naar het nest brengen. Op den duur zal de gehele mierenbevolking van het aas geproefd hebben en binnen een paar weken zullen alle mieren dood zijn.

Bestrijding van gewone steekmieren

Overlast door gewone steekmieren komt altijd buitenshuis voor. Ze kunnen dus niet met insecticide bestreden worden. De ongediertebestrijder behandelt de nestingangen met een lokaasgel. De mieren nemen de gel vanaf de ingang mee naar binnen. Zo komen alle mieren uiteindelijk in aanraking met het lokaas.

Bestrijding van tuinmieren

Tuinmieren kunnen binnen voor veel overlast zorgen, maar hun nesten bevinden zich vrijwel altijd buitenshuis. Die nestingen worden behandelt met lokaasgel. Zowel de wegmier als de glanzende houtmier - beide zijn tuinmiersoorten - kunnen op deze wijze bestreden worden. De glanzende houtmier maakt vrijwel altijd een nest in hout, bijvoorbeeld in een boomstronk, maar ook onder woningen, als zich daar hout bevindt. Het aangetaste hout dient tijdens de bestrijding ook verwijderd te worden.

Mieren en hun natuurlijke vijanden

Mieren zijn kleine vechters en zullen alles doen om hun voedsel en territorium te beschermen. Ze moeten wel, want er liggen veel natuurlijke vijanden op de loer.

De mier tegen de mier

Mieren zijn elkaars grootste natuurlijke vijanden. Kolonies leveren voortdurend strijd met elkaar om terrein en voedselbronnen, zeker wanneer het warm weer is en alle nesten daardoor heel actief zijn. Verslagen vijanden worden meestal opgegeten en/of aan de larven gevoerd. Sommige mierensoorten houden zelfs andere mieren gevangen om hen als slaaf te gebruiken.

De mens tegen de mier

We pakken mieren vooral aan als ze overlast veroorzaken. In de zomer komen mierenplagen geregeld voor. Het professioneel bestrijden van mieren is de meest effectieve methode, buiten het feit dat we ook ingrijpende veranderingen kunnen aanbrengen in de natuurlijke leefomgeving van de mier. Hierdoor kunnen complete populaties verdwijnen. Denk aan het kappen van bomen of zelfs volledige ontbossing. Hierbij beschadigen we veel nesten en de mieren voelen zich dan gedwongen om te verhuizen. Zo ontstaat er weer overlast op andere plekken.

Andere soorten tegen mieren

Mieren kunnen ten prooi vallen aan vele andere soorten insecten en dieren, zoals:

  • Kikkers
  • Padden
  • Slangen
  • Hagedissen
  • Vogels (bijv. spechten)
  • Bepaalde spinnensoorten
  • Zandloopkevers
  • Mierenleeuwen (libelachtige insecten)
  • Miereneters (in de tropen)

Vind een ongediertebestrijder

Onze bestrijders zijn actief in heel Nederland

Bekijk alle locaties
Locations
Zoek je lokale bestrijder
Vul je plaats of postcode in en vind je lokale bestrijder