Mollen
readtime 10 Minuten

Wie pakt de mol? Stop de ravage in je tuin!

05 Feb 2019 • redactie

Op een dag word je wakker en trek je de gordijnen open om je tuin te bewonderen. Dan slaat de schrik je om het hart! Op je strakke gazon staan grote molshopen. Uit één van deze hopen steekt een mol heel eventjes zijn kop en voorpoten uit. Hij lijkt je aan te staren, ook al ziet hij bijna niets. Jij staart uitdagend terug. Het gevecht om jouw terrein is begonnen!

  1. Hoe ziet een mol eruit?
  2. Hoe leven mollen?
  3. Wat eten mollen?
  4. Hoe ontstaat een mollenplaag?
  5. Schade door mollen
  6. Zelf mollen bestrijden: kan dat?
  7. Hebben mollen natuurlijke vijanden?
  8. Mollen bestrijden? Een vak apart!
  9. Hebben we die mol nu te pakken?
  10. Mollen voorkomen: zó doe je dat!

Hoe ziet een mol eruit?

Iedereen weet ongeveer wel hoe een mol eruitziet. Goed, bijna iedereen. Toch kan het geen kwaad om de kenmerken van de mol eventjes door te nemen. Een mol is gemiddeld 13 cm lang. Hij heeft een blauwzwarte, glanzende vacht. Deze vacht bestaat uit korte haartjes die alle richtingen op kunnen bewegen. Zo kan een mol zich makkelijk achterwaarts in een tunnel verplaatsen zonder dat zijn ‘coupe’ hem in de weg zit.

Bekijk je de kop van de mol, dan zie je een roze, spitse snuit. Deze is zo gevoelig dat de mol er heel goed mee kan ruiken en voelen. De oren zie je niet, maar hij kan erg goed horen. Daarnaast heeft hij een sterk ontwikkelde smaakzin. Deze vaardigheden heeft hij allemaal nodig om ondergronds op regenwormen en insecten te kunnen jagen. En ken je het spreekwoord ‘zo blind als een mol?’ Dat klopt niet. Een mol heeft namelijk heel kleine oogjes die wel slecht zien, maar niet blind zijn.

Zonder zijn twee voorpoten zou een mol niets kunnen beginnen. Aan elke poot zitten namelijk vier vingers en een duimpje met daarop zeer lange, puntige nagels. Met deze poten - formaat kolenschoppen - graaft de mol lange tunnels onder de grond. Zijn achterpoten zijn een stuk korter dan zijn voorpoten en zijn daarom iets minder handig om mee te graven. Graaft de mol gangen, dan komt hij regelmatig insecten tegen die hij ter plekke kan oppeuzelen met behulp van zijn scherpe tandjes.

Hoe groeien mollen op?

Mollen leven altijd solitair, dat wil zeggen: in hun eentje, tot in het voorjaar de paartijd aanbreekt. Tussen februari en april verlaten de mannetjes dan hun eigen territorium en graven ze net zo lang tunnels tot ze een vrouwtje tegenkomen. Na de paring jaagt het vrouwtje de casanova weer weg en gaat ze een nest bouwen.

Een maand later worden de molletjes geboren. Het kunnen er twee tot zeven zijn; allemaal kaal, blind en ongeveer 35 mm lang. De moedermol zorgt een maand voor de kleintjes. Hierna blijft het gezinnetje nog twee tot drie weken ‘samenhokken’ voor de jonge mollen door de moeder worden gedwongen om een eigen plekje te zoeken. Mollen worden ongeveer drie jaar oud, maar bij gunstige leefomstandigheden kunnen ze ook zeven worden!

Hoe leven mollen?

Mollen leven voornamelijk ondergronds. Een enkele keer komen ze naar buiten om wat nestmateriaal te verzamelen en dan verdwijnen ze weer in de grond. Overal zie je molshopen: dat zijn bergjes uitgegraven aarde met een gat in het midden. Door dat gat kunnen de mollen in of uit de tunnels kruipen.

Wat doet een mol ondergronds? Hij is voortdurend op zoek naar eten en bij voorkeur zijn dat regenwormen. Om de regenwormen te vinden, moet hij tunnels graven tot hij ze tegenkomt. Deze meestal vrij ondiepe gangen worden ook wel ‘ritten’ genoemd. In de winter wordt het te koud voor de wormen; ze duiken steeds dieper de grond in. De mol graaft ze dan gewoon achterna en dat levert extra hoge molshopen op. In de zomer trekken de regenwormen weer naar boven. Ook dan worden ze weer achtervolgd door de mol. En ook dan zie je weer grote hopen aarde verschijnen.

Tref je dus molshopen in je tuin of veld aan, dan kun je erop rekenen dat er meterslange tunnels onder zitten. En omdat iedere mol een eigen territorium zo groot als je tuin of veld in beslag kan nemen, kun je er ook vanuit gaan dat hij in zijn uppie verantwoordelijk is voor alle schade die daar ontstaat.

Het helpt ook niet dat een mol dag en nacht kan blijven graven; met tussenpozen van een paar uur weliswaar, want het beest moet ook kunnen slapen. Diep in het tunnelstelsel heeft hij een ruimte gegraven voor zijn nest. Daarnaast heeft hij nog aparte voorraadkamers uitgegraven waar hij in de herfst en de winter zijn voedsel in opslaat. Die voorraad is nodig: een mol moet geregeld eten, want een paar uur zonder betekent voor hem al de dood.

Wat eten mollen?

Regenwormen zijn culinair favoriet bij mollen. Als een worm eenmaal is gevangen, dan wordt zijn kop er eerst afgebeten, zodat hij niet kan ontsnappen. Vindt een mol geen wormen, dan neemt hij ook genoegen met (larven van) insecten en weekdieren. Soms moet er ook een kikker of een kleine muis aan geloven; als de mol maar aan zijn streven van 40 tot 50 gram voedsel per dag komt. Dat is net iets meer dan de helft van zijn eigen gewicht. Niet voor niets bestaat er dan ook een ander spreekwoord: ‘zo dik als een mol’.

Vegetarische gerechtjes staan ook op het ‘mollenmenu’. Stel je eens voor: je hebt onlangs nieuw gras in je tuin gezaaid en je bent al bijna dolgelukkig, omdat je het tere gras al mooi egaal ziet groeien. Komt er een mol, dan kan hij jouw aanstaande droomtuin wreed verwoesten door alle jonge worteltjes van dat gras op te eten. In dat geval kun je gerust spreken van een mollenplaag.

Hoe ontstaat een mollenplaag?

Tja, mollen moeten ergens terecht kunnen. Vanuit bosrijke gebieden kunnen ze zich verspreiden naar allerlei andere terreinen. In de vrije natuur is dat geen probleem, maar ze zorgen wel voor overlast als ze in weilanden terechtkomen waar woningen op zijn gebouwd: denk aan boerderijen of nieuwbouwwijken. Ook op golfbanen, sportvelden of (stads-)parken kunnen molshopen - en dus ook veel schade - ontstaan.

Schade door mollen

Mollen zorgen voor veel overlast, omdat ze met hun gegraaf veel schade aan planten, gewassen en terreinen kunnen toebrengen. Waar moet je dan aan denken?

  • Schade aan plantenwortels (ze worden losgewroet en/of opgegeten).
  • Door de omgewoelde grond ontstaat meer onkruid.
  • Zowel kleine als grote stenen komen aan de oppervlakte. Ga je met je grasmaaier over zo’n grote kei heen, dan kan je machine flinke beschadigingen oplopen.
  • De ondergrondse tunnels kunnen de grond doen verzakken.
  • Molshopen ontsieren je tuin, zeker als je daar mooi egaal gras hebt liggen.
  • Molshopen maken het terrein minder toegankelijk. Mensen en dieren kunnen over de aarde struikelen en blessures oplopen.

Mollen zijn gelukkig niet direct schadelijk voor de menselijke gezondheid. Je ziet ze amper en als het goed is, hoef je ze ook niet vast te houden, tenzij je er toevallig eentje hebt gevangen. Je moet dan wel uitkijken dat de mol je niet bijt of verwondt met zijn vervuilde lange klauwtjes. Mollenbeten komen amper voor, maar als het je overkomt, kun je beter de huisarts raadplegen en meteen naar een tetanusvaccinatie vragen.

Zelf mollen bestrijden: kan dat?

Als je last hebt van mollen, dan moet je deze zo snel mogelijk bestrijden. Zo voorkom je dat dit ongedierte nog meer tunnels gaat graven en dus nog meer schade aan je omgeving toebrengt. Maar voor je een professionele ongediertebestrijder belt, kun je de mol natuurlijk eerst zelf proberen te verbannen.

In Nederland zijn mollen sinds 2005 al niet meer beschermd en ook in België mogen ze bestreden worden. Je moet je natuurlijk wel aan de regels houden als het gaat om de methode: je mag bijvoorbeeld niet zomaar met gif gaan strooien als je een mol wilt mollen, want je brengt daarmee de hele omgeving in gevaar. Beter is om de mol te verjagen en dat kun je op de volgende manieren proberen:

  1. Mollen houden niet van vreemde geluiden. Steek eens een bodemloze (glazen) fles bij de halsopening in een molshoop. Als er wind staat, kan er een fluittoon uit de fles ontstaan die in de tunnels doordringt en de mol verjaagt.
  2. Plaats een mollenkoker in één van de tunnels. Deze koker heeft aan beide uiteinden een ingang die alleen naar binnen toe inklapt. Controleer de koker twee keer per dag. Loopt de mol in de koker, dan kan hij er niet meer uit. Breng hem naar een geschikte plek in de vrije natuur (geschikt = ergens waar hij geen overlast kan veroorzaken) en laat hem dan gaan.
  3. Veel boeren gebruiken carbid om mollen te verjagen. Je plaatst een paar stukjes carbid in een mollengang en je begiet ze met water. Er ontstaat dan gas dat de mollen verjaagt.
  4. Je kunt ook mollenpatronen gebruiken. Dat zijn rookbommetjes met zwavel. Maak eerst alle mollengangen dicht, behalve één. Steek een bommetje aan en stop deze in de open mollengang. De geur en de rook verspreiden zich dan door de tunnels.
  5. Je kunt ook apparaten kopen die een ultrasoon geluid verspreiden. Hier kunnen mollen ook niet tegen.
  6. Steek een metalen paaltje in een van de ritten. Hang dan een metalen plaatje aan de paal. Als er een windvlaag voorbij komt, tikt het metalen plaatje tegen de paal aan. Dit kan een geluid veroorzaken dat de mollen op afstand houdt. Hopelijk staat er dan ook een goede wind!

Een mol verjagen is op zich wel te doen, maar het probleem is dat je niet weet waar de mol daarna precies naartoe gaat. Misschien komt hij wel de buren terecht, waar hij ook de nodige schade kan aanrichten. Veel mensen schakelen daarom liever een professionele ongediertebestrijder in of ze laten het over aan de natuur.

Hebben mollen natuurlijke vijanden?

Met een beetje geluk wordt je mol voortijdig uitgeschakeld door een andere mol of door een roofdier. Ondergronds raakt een mol wel eens in gevecht met een andere mol, omdat die laatste zijn voedsel wil pikken of zijn territorium wil overnemen. Bovengronds krijgt de mol te maken met roofvogels, zoals uilen of reigers, of hij wordt gegrepen door een kat, vos of hermelijn. Gebeurt dit niet en zijn jouw pogingen om de mol te verjagen ook nog eens mislukt, dan kun je altijd nog een professionele bestrijder bellen.

Mollen bestrijden? Een vak apart!

De oorlog verklaren aan een mol is een stuk eenvoudiger als je dat aan een professionele mollenvanger overlaat. Vaak is dit een ongediertebestrijder die hiervoor een speciale cursus heeft moeten volgen. Zeker bij het gebruik van klemmen en giftige tabletten is een certificaat een vereiste. Niet alle bestrijders beschikken over deze certificaten, maar je kunt natuurlijk altijd om een doorverwijzing vragen.

Mollen bestrijden - een inspectie vooraf

Voor de mollenbestrijder kan beginnen, komt hij eerst even poolshoogte nemen. Hij vraagt je dan of je al wat gedaan hebt om de mol of mollen te bestrijden. Bovendien zal hij willen weten hoe groot het door mollen aangetaste terrein is. Hoe groter dat terrein is, hoe meer tijd de bestrijding immers in beslag zal nemen. En waar komen de mollen eigenlijk vandaan? Er bestaat namelijk een kans dat de plaag bij de buren is begonnen. Het mollenprobleem zal daar ook opgelost moeten worden. Overleg met je buren is dan handig, maar ga vooral geen ruzie zoeken.

Mollen bestrijden - een plan van aanpak opstellen

Om mollen te bestrijden moet er eerst een goed plan worden bedacht. De bestrijder stelt de noodzakelijke werkzaamheden vast en schrijft dit voor je op. Aan de hand van zijn plan kunnen ook de kosten voor de bestrijding worden bepaald. Die zijn vooral afhankelijk van de ernst van het probleem, de bestrijdingsmethode en het aantal uren dat voor de bestrijding nodig is. Een goede voorbereiding telt ook mee, zeker als je dieren op je land hebt staan. Die moeten voor hun eigen veiligheid eerst van het land worden gehaald. Je moet dan eerst wel een goed onderkomen voor ze hebben geregeld.

Mollen bestrijden - here we go!

Mollen zijn het meest actief in het najaar, in de winter en in het voorjaar. Om ze definitief van je terrein af te krijgen, worden meestal klemmen ingezet, maar we lichten ook andere methodes even toe.

Hoe worden mollenklemmen gebruikt?

Het gebruik van mollenklemmen is een hele kunst op zich. Boeren kunnen bijvoorbeeld aan de oppervlakte van hun veld zien hoe een mol zich onder de grond voortbeweegt. Hier is een zeer scherp oog voor nodig. Aan de hand van die aanwijzingen kunnen ze klemmen op tactische plekken plaatsen. Deze klemmen moeten zo geplaatst worden dat de mol niet onnodig hoeft te lijden als hij erin vast komt te zitten. Dat is geen eenvoudige taak! Niet voor niets moeten professionals een speciale cursus volgen om dit te kunnen doen.

Mollen doden? Slechte gassen verboden!

Voorheen werkten ongediertebestrijders met de ‘mauki’. Met dit apparaat bliezen ze een mengsel van diesel en benzine de grond in. De mollen stikten dan binnen vijf seconden. De mauki mag nu niet meer gebruikt worden, omdat het gas erg schadelijk is voor andere dieren en voor het milieu.

Mollen doden met fosforwatergas

Voor grotere terreinen - meestal bij agrarische bedrijven - worden ook wel mollentabletten gebruikt. Dit zijn tabletten op basis magnesium- of aluminiumfosfide. De tabletten worden met een speciaal doseerapparaat over het terrein verdeeld. Komen deze tabletten in contact met (bodem-)vocht, dan ontstaat er zeer giftig fosforwatergas. Dit gas ruikt naar knoflook en doodt de mollen direct. Het nadeel is dat dit gas ook andere levende wezens kan doden, daarom worden eerst alle dieren van het veld gehaald.

Aan het gebruik van deze tabletten zijn - terecht - strenge regels gebonden. Ze mogen alleen toegepast worden door personen die over een vakbekwaamheidsbewijs Mollen- en Woelrattenbestrijding beschikken. Het gif is zo krachtig dat zowel mensen als dieren drie dagen lang het terrein niet mogen betreden.

Hebben we die mol nu te pakken?

Met bovenstaande bestrijdingsmethodes is succes wel verzekerd. Natuurlijk gebruik je voor één mol wel een klem en ga je geen compleet veld met gif bestoken. Hoe dan ook, de mol is weg. Maar wat nu? Er bestaat namelijk een kans dat zijn gangenstelsel wordt overgenomen door een nieuwe mol. Het is dan te hopen dat de gangen al zijn ingestort of in ieder geval op instorten staan. Wil je wat meer zekerheid? Zorg dan dat je vanaf nu maatregelen treft om mollen op je terrein te voorkomen.

Mollen voorkomen: zó doe je dat!

Honderd procent zekerheid is er nooit, maar je kunt in ieder geval wel wat dingen doen om ervoor te zorgen dat er geen mollen (meer) komen om je tuin of veld in een maanlandschap te veranderen. Zo kun je mollen voorkomen:

  1. Graaf rond je tuin of veld fijnmazig gaas in. Toegegeven, dit kost veel tijd en werk, zeker als het om een heel groot terrein gaat. Toch kun je met deze methode ook ander ongedierte weren, zoals woelratten. Graaf het gaas 40 cm diep in de grond en laat 10 cm uit de grond steken. Zo kan de mol er ook niet overheen.
  2. Plaats plantensoorten die geuren verspreiden waar mollen niet tegen kunnen. Zaadjes van keizerskroon of kruisbladwolfsmelk kun je zo in de winkel kopen.
  3. Maai regelmatig het gras in je tuin. Het geluid kan de mollen op afstand houden.
  4. Meer hulp of advies nodig? Beestjes Kwijt brengt je direct in contact met een professionele ongediertebestrijder! 

Vind een ongediertebestrijder

Onze bestrijders zijn actief in heel Nederland

Bekijk alle locaties
Locations
Zoek je lokale bestrijder
Vul je plaats of postcode in en vind je lokale bestrijder